A. Alberts & H.J. Friedericy, schrijvers

 

 

 

 

H. J. Friedericy - Boekomslagen en teksten

 

De standen bij de Boegineezen en Makassaren H.J. Friedericy - De standen bij de Boegineezen en Makassaren
1933


Proefschrift ter verkrijging van den graad van Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit te Leiden, op gezag van den Rector-Magnificus Mr. D. van Blom, hoogleeraar in de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, tegen de bedenkingen van de Vereenigde Faculteiten der Rechtsgeleerdheid en der Letteren en Wijsbegeerte te verdedigen op donderdag 26 October 1933, des namiddags te vier uur.

Bontorio, de laatste generaal H.j. Friedericy - Bontorio
1947
H.J. Friedericy - Bontorio 2e dr.
2e dr. 1958
H.J. Friedericy - Bontorio 3e dr.
3e dr. 1964

BONTORIO. Een historische roman uit de opstand van Bone (Celebes) tegen het Nederlandse gezag in het eind van de negentiende eeuw, ene roman die ons, in de compositie en de psychologie, aan Tolstoï's roman “Hadzji Moerat” herinnert. Voor de eerste maal heeft een Nederlands auteur het beproefd de ziel van een Indonesisch volk te verklaren van uit dat volk zelf en niet met de vooringenomen subjectiviteit van de westerse intellectueel.
Bontorio was de generaal van de koning van Bone. Hij heette eigenlijk Mappa, als vorst van het bergstaatje Bontorihoe, en bracht de Hollanders een gevoelige nederlaag toe, voordat zij over Bone zegevierden. Het eerste deel van de roman, dat “De Moeder” heet, beschrijft de jeugd van Mappa en opent met de intocht van zijn moeder als vorstin van Bontorihoe omstreeks 1870; het tweede deel, “De Generaal”, behandelt de regering van Mappa, de oorlog met de Hollanders omstreeks 1905-'06 en het verval van het Bonese rijk; het derde deel beschrijft in “De Zoon” het conflict tussen de oude Bontorio en zijn zoon Mendapi, die met de Nederlanders in vrede leeft.
Onder een middeleeuwse tovermantel verschuilt zich een Nederlands auteur, die geruime tijd in Zuid-Celebes heeft gewoond en deze Boeginese wereld als nooit te voren in een roman heeft uitgebeeld.
(N.B. In de 2e en 3e druk en in het Verzameld werk is het derde deel niet opgenomen.)

Vorsten, vissers en boeren H.J. Friedericy - Vorsten, vissers en boeren
1957, 2e dr. 1958


VORSTEN, VISSERS EN BOEREN voert de lezer binnen in de vreemde, kleurrijke wereld van Zuid-Celebes. Friedericy heeft het landschap en de mensen diep op zich laten inwerken, hij heeft deze wereld zo van binnenuit geobserveerd dat het bijna niet te geloven is dat ‘Vorsten, vissers en boeren’ door een niet-Bonier geschreven is. Op indrukwekkende wijze weet hij de geheimzinnige wereld van het oosten op te roepen; de mensen die hij schept zijn bloedwarme mensen, fel van adem en van daden.
Friedericy is een geboren verteller, dat wil zeggen, iemand die dank zij een sterk gevoel voor het dramatische, eenvoudig een verhaal vertelt en er in slaagt een situatie te scheppen en een atmosfeer op te roepen, die even wonderlijk als authentiek aandoet, en waarin de lezer onvoorwaardelijk gelooft. Zoals naar aanleiding van Friedericy's roman ‘Bontorio’ een kritiek luidde:
‘De schrijver moet een zeer grote kennis hebben van Zuid-Celebes, doch deze kennis wordt nergens geëtaleerd. Hetgeen ook weinig met de techniek zou stroken, want het boek maakt de indruk, volksoverleveringen van Zuid-Celebes met westers literaire middelen nieuwe gestalte te hebben gegeven. De middelen zijn die van een uiterste soberheid; uit een strakke en beheerste verhaaltrant leert men de vreemde wereld der Boeginezen op fascinerende wijze kennen.’


De Raadsman
H.J. Friedericy - De Raadsman
1958, 2e dr. 1959
H.J. Friedericy - De Raadsman
3e dr. 1973
 

‘DE RAADSMAN’ geeft het verhaal van een bloedjong controleur bij het Binnenlands Bestuur in Zuid-Celebes – in de nabijheid van Makassar – die een oude Makassaar, lid van een adellijk geslacht, als assistent en raadsman heeft. Tussen beide mannen groeit een vriendschap en de auteur vertelt wat de Nederlander en de Indonesiër in een periode van ongeveer drie jaar met elkaar beleven.
Friedericy was een geboren en geroutineerd verteller, met een sterk gevoel voor het dramatische en een feilloos oog voor het detail.
Het boek zet onvergetelijk in met de beschrijving van een stil plaatsje ergens in het land van Makassar, met het onvermijdelijke dorpsplein en met de beschrijving van ‘de raadsman’, Toewan Anwar, die in zijn voorgalerij wacht op de komst van de wel heel jonge ‘Toewan Petoro’. Het uitgangspunt van deze uitermate geslaagde roman is in de eerste plaats de relatie, gebaseerd op respect en vriendschap, tussen deze beide mannen; het gaat over hun samenwerking bij de bestuurstaak, en hun belevenissen bij het uitoefenen ervan: over amokpartijen, over plaatselijke geschillen, over een frauderende klerk, over een stervende hand, over dorpshoofden en vorstentelgen en altijd over ‘de raadsman’.


De eerste etappe
H.J. Friedericy - De eerste etappe
1961


In DE EERSTE ETAPPE vertelt een jonge Hollander, die in Leiden is afgestudeerd, in bijna zeventig brieven aan zijn ouders, hoe hij zijn vaderland en Europa verlaat en als bestuursambtenaar in Nederlands-Indië het eerste deel van zijn carrière beleeft. Hij wordt spoedig na zijn aankomst tweeëntwintig en als hij in de laatste brief over zijn pas gesloten huwelijk schrijft, is hij bijna zes jaar ouder. In deze eerste etappe volgen wij zijn leven op de voet. Wij leren door zijn ogen het Indië van de twintiger jaren zien: het leven op kleine posten, de reizen in het binnenland, het stadsleven, de vriendenkring, de ambtelijke wereld, het bestuurswerk, de feodale wereld der Boeginezen en Makassaren, het landschap, de huizen, vrolijkheid, heimwee en verdriet.


Reigerdans
H.J. Friedericy - Reigerdans
1962
 

Deze uitgave van REIGERDANS is gedrukt in een oplage van honderd exemplaren. Alle exemplaren zijn genummerd.
(N.B. Reigerdans verscheen eerder in Vorsten, vissers en boeren.)

Verzameld werk H.J. Friedericy - Verzameld werk
1984
 

In één band zijn hier samengebracht: De eerste etappe, dat authentieke brieffragmenten bevat van de eerste bestuurstijd van de auteur in de jaren '20; Vorsten, vissers en boeren, waarin vijf verhalen gebundeld zijn die zich afspelen in de feodale wereld van Zuid-Celebes; De laatste generaal, een roman over Mappa, vorst van Bontorio en rond de eeuwwisseling laatste generaal aan het hof van Bone: een vrijbuiter en drinkebroer te midden van een voor ons gevoel middeleeuwse hofcultuur; en De raadsman, waarin Friedericy verslag doet van zijn ervaringen als heel jonge Toewan Petoro in Gowa naast een oudere en wijze inlandse bestuursambtenaar: zijn 'raadsman', de Toewan Anwar.

Vertaling van De Raadsman:

The Counselor


In: Beb Vuyk & H.J. Friedericy - Two tales of the East Indies

Two Tales of the East Indies
1983
Two Tales of the East Indies
2000


Writing from personal experience, H.J. Friedericy provides in THE COUNSELOR a rare glimpse of life in the outlying districts, an existence that was quite different from that on Java. Friedericy entered the colonial service in the Dutch East Indies at the age of twenty-one, and held a number of administrative positions. All his writings concern southern Celebes, where he was stationed during the first years of his career. Written in 1958, The Counselor is Friedericy's last work of fiction. It recalls life on Celebes during the 1920s, when the Dutch were struggling to impose what they considered an enlightened colonial administration on the remnants of a feudal system they had nearly destroyed. The novel is written in a style of detached curiosity and portrays the relationship of a young Dutch government official with an older and wiser administrator - the Counselor of the title. The story describes the numerous events and crises that confront the younger man in the course of his duties.



 

Laatste wijziging: 04.06.2015